Maaitiidsevenemint

Op 10 en 11 juni 2017 vond voor de tweede keer het Maaitiidsevenemint plaats, met een dorpswandeling, voorjaarsmarkt, kunstmarkt en exposities.
Het evenemint is een initiatief van Pytsje Cuperus van Teetún De Hollen in Ryptsjerk en fotograaf Harmen Westra..

De theatrale wandeling tijdens het Maaitiidsevenemint 2018 bracht het publiek terug naar het Ryptsjerk van het begin van de zeventiende eeuw. We maakten kennis met Antje van Uylenburgh, haar broers, haar beroemde zuster Saskia, Johannes Maccovius en andere rollen uit ons verhaal voor de voorstellingen in oktober. De wandeling voerde het publiek over de oude Skeanpaden tussen de Oosterdijk, de Nieuwlandsweg en de Binnendijk.

 

 

 

 

 

Ryptsjerk treedt uit eigen schaduw met Teatrale Doarpskuier

Na afloop van de Teatrale Doarpskuier op 25, 26 en 27 mei had Ryptsjerk alle kenmerken van een junk die aan het afkicken is. Maar liefst 122 inwoners waren betrokken bij het werkelijk fantastische evenement waarbij de klezmerband Kroke de slagroom op het taartje vormde. Twee weken later was ik beroepshalve in Stavoren voor een andere voorstelling en zelfs daar werd lovend gesproken over de voorstellingen die Kroke had gegeven.

Op 5 juni was er in de Einekoer gelegenheid tot een nagesprek en tevens vertelde Hans van Buuren wat er in grote lijnen in oktober staat te gebeuren. Zijn eerste vraag ‘Zitten wij allemaal in een zwart gat?’ werd volmondig beaamd. Trouwens niet alleen die nijvere 122 medewerkers en vrijwilligers traden uit de schaduw van die zo mooie toer van de hervormde kerk, dat gold ook voor regisseur Van Buuren die toch al ruim twintig jaar in Ryptsjerk woont.

Noem het de ‘oare kant’ van de uiterst professionele Van Buuren die de aanwezigen in de Einekoer spontaan verleidden tot een welgemeend applaus toen Hans ietwat verlaat binnenkwam. Het lijdend voorwerp nam het enigszins verlegen en beduusd in ontvangst. Toen Simon Trommel werd gevraagd voor de rol van de echtgenoot met de losse handjes ging hij er van uit dat Hans hem precies zou vertellen wat te doen. ‘Ik dacht eerst die voet vooruit en dan een slaande beweging maken’, zo zei Trommel. Tot zijn verbazing mocht hij zijn eigen rol zelf theatraal invullen. ,,Want zo blijft de rol dichter bij je eigen persoon, wordt het geen van buiten af opgelegd kunstje’’, zo zei Hans als verklaring.

Wat voor Trommel gold ging ook op voor de andere rollen en zo werd het een voorstelling die dicht bij de uitvoerende acteurs en actrices bleef. Met de nodige anekdotes na afloop. Zo was er bij de eerste scene in de kerk tijdens de preek van Maccovius iemand die de kerk verliet met de woorden ‘Ik kom niet voor een preek’.
De zeer overtuigend gebrachte preek leidde ook tot andere reacties, ‘Is dat echt onze nieuwe dominee?’ Of van iemand die niet uit Ryptsjerk kwam: ‘Lit dizze dûmny mar by ús komme’.

Maar de Teatrale Doarpskuier was ook in ‘mienskipsferbân’ de vertelling van de onzichtbare krachten, van de mensen die buiten de schijnwerpers van de belangstelling hun bijdrage leverden. Wat te zeggen van het toercafé na afloop schuin tegenover de kerk. Of de mensen die elke avond de fakkels bijvulden om dan maar te zwijgen van de pendeldienst van weer andere vrijwilligers bijna bij ‘neare nacht’ die het vuur van de fakkels weer moesten doven. En zo zou je nog wel even kunnen doorgaan.

Met de mogelijke valkuil dat als je eentje noemt, ze allemaal moeten worden genoemd. Het effect van de theatrale wandeling langs de ‘skeanpaden’ van Ryptsjerk laat zich nog het meest vergelijken met het thema van de voorstellingen in oktober. Bij die voorstelling stappen ‘mensen uit hun eigen schaduw’, zoals Hans van Buuren dat zei.
Maar dat kun je nu al zeggen van alle inwoners van Ryptsjerk tijdens die prachtige drie dagen aan het eind van mei.

 


—maaitiidsevenemint—
—teetún De Hollen—